Bram mocht uiterlijk tot een uur na zonsondergang gedood worden; maar hij werd pas vijf uur na zonsondergang omgebracht.
“Ik vraag niemand om van de wolf te houden,” zei SP-fractievoorzitter Jan Breur in zijn bijdrage. “Wat ik wel vraag, is dat de wetten, regels en vergunningsvoorwaarden worden nageleefd. Die zijn er niet voor niets. Het is geen rode kaart die naar believen terzijde kan worden geschoven, en als je dat toch probeert is dat geen garantie dat je niet alsnog met 4-1 wordt uitgeschakeld.”
Het College van Gedeputeerde Staten tilde zelf niet zo zwaar aan de overtreding. Zij spraken van een ‘licht vergrijp’ en hadden ‘niets dan lof’ voor de mensen die Bram hebben omgebracht. Deze houding leidde tot een Motie van Treurnis, die geen meerderheid vond in Provinciale Staten.
