“Ik praat niet graag over dit onderwerp,” aldus fractievoorzitter Jan Breur. “Ik ben de politiek ingegaan om iets voor de mensen in deze provincie te betekenen; niet om over het gebouw te praten. Daarbij gaat het hier om bedragen die mijn voorstellingsvermogen te boven gaan, en is er geen vergelijkbare casus voorhanden. Dat maakt het moeilijk om tot een oordeel te komen.”
Meer details zouden niet leiden tot een doorslaggevend inzicht. Wachten en delibereren zou het geheel eerder duurder dan goedkoper maken. En realistische, voldragen alternatieven zijn niet voorhanden. Dit alles gaf de doorslag om toch maar in te stemmen met het voorgestelde plan.
Wel was de SP mede-indiener van een drietal moties van de Partij voor de Dieren. Deze vroegen om 1) uiterste zorgvuldigheid omtrent de slechtvalken die boven in het provinciehuis wonen, 2) het optimaal realiseren voor nestplaatsen voor ringmussen, gierzwaluwen en vleermuizen, en 3) uiterste terughoudendheid te betrachten bij bomenkap. Want als je voor duurzaamheid gaat, hoor je de flora en fauna wel een plekje te geven. Voor alle drie deze moties was een meerderheid.
En om de kosten toch zoveel mogelijk in de hand te houden, steunde de SP ook een motie van het CDA. Deze wilde het openbare deel van het provinciehuis functioneel houden, en de flamboyante elementen schrappen. Ook deze motie kreeg een meerderheid achter zich.
